Een leven na Downton Abbey

Want: heeft dat eigenlijk nog wel zin?

In tegenstelling tot veel van mijn tijd- en leeftijdsgenoten houd ik niet zo van (televisie)series. Ik kan me meestal niet lang genoeg concentreren om een aflevering daadwerkelijk af te kijken en  heb soms moeite met het onthouden van de verhaallijn (temeer omdat ik negen van de tien keer halverwege in slaap val). Dit geldt voor vrijwel alle series, behalve voor mijn heilige graal: Downton Abbey. Omdat hier wordt ingespeeld op alles waar ik gevoelig voor ben – denk aan mooie jurken, het Britse landschap, de oneindige charme van Maggie Smith – kijk ik al sinds de eerste afleveringen vrolijk mee met mijn moeder (hè, lekker knus) en heb zo een soort ongezonde obsessie voor het wel en wee van de Crawleys weten te ontwikkelen (waar ik helaas nog trots op ben, ook).

Helaas is aan dit gouden tijdperk onlangs een bitter einde gekomen. De allerallerallerlaatste aflevering is vorige maand uitgezonden in moederland Groot-Brittannië – tot groot verdriet van de vele duizenden fans, die en masse een traantje wegpinkten op Facebook (en ja, ik schaar mij hier onder). Want: wat moeten we nu eigenlijk met onze lege uurtjes, onze vakanties, onze vrije middagen? Hoe komen we de dagen door zonder het gezelschap van Mr. Carson, Lady Mary, of The Dowager Countess? Geen nood: hieronder vind je een korte handleiding. Je weet wel, voor de donkerste dagen.

‘Stop whining and find something to do.’ – The Dowager Countess, seizoen drie

I: negeer al je mannelijke naasten die zeggen: ‘Ha, nu is het eindelijk afgelopen met die troep!’

Ooms, vaders, broertjes en vriendjes – waarschijnlijk moesten ze weinig van Downton Abbey hebben. Dit lieten ze dan ook altijd graag aan je weten middels opmerkingen als ‘zit je nou weer die Britse zooi te kijken?’, ‘wat zit je nou te janken, Matthew Crawley bestaat niet echt!’, of ‘ik vind het maar een oudewijvenserie.’ Nu het daadwerkelijk teneinde is hebben ze een nieuwe variant, door je bijvoorbeeld subtiel te wijzen op de lege plek in je agenda op zaterdagavond. Ja, joe, hier heb je natuurlijk geen zin in. Negeer deze opmerkingen dan ook vooral en probeer je op iets anders te focussen, zoals de aanschaf van de dvd-boxen en/of een familiepak Kleenex tissues.

II: herbekijk alles gewoon – wat kan jou het schelen

Omdat mijn moeder bijna net zo obsessief is als ik zijn we in de positie dat we alle afleveringen op, jawel, dvd hebben. Hoewel ik het normaal gesproken niet zo leuk vind om dingen dubbel te kijken, maakt het me voor Downton Abbey niet zo veel uit, want het is leuk om te zien hoe alle personages zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. Zet dus een flinke kop thee, haal een dekentje, negeer je goede voornemens en ga gewoon voor dat volle weekend series kijken. Extra tip: vergeet niet de doos tissues, die je bij het uitvoeren van tip I hebt aangeschaft,  klaar te zetten als je bij het einde van seizoen drie bent aangekomen. Succes!

III: vind een alternatief

Als je eenmaal klaar bent met het herbekijken van alle seizoenen, is het misschien tijd voor een alternatief.  Ja, vooruit, Downton Abbey zal natuurlijk voor altijd een speciale plek in je hart zal houden, en nee, in andere series zit ook niet zo’n lieve hond. Toch kan het lonen om op zoek te gaan: de BBC, bijvoorbeeld, maakt vaak gelijksoortige series en kostuumdrama’s die dan óók nog op Netflix staan (win!). Of kijk eens bij onze reeks ‘Series to love’ (I, II, III hyperlinks), waar heus geen misselijke dingen worden voorgedragen. Moet lukken!

IV: probeer het een beetje… los te laten

Lekker makkelijk gezegd. Toen ik een paar jaar geleden klaar was met het kijken van alle tien seizoenen van Friends heb ik me drie weken lang een beetje misselijk gevoeld, en voor de komende weken voorspel ik eigenlijk niet veel anders. Probeer het desondanks toch allemaal een beetje los te laten (en nee, dit doe je niet door weemoedig de soundtrack te beluisteren op Spotify). Want: je vader heeft gelijk. Het is maar een oudewijvenserie. Au.

Deze blog is eerder al gepubliceerd op ambitieux.nl

Advertisements

Waarom plannen eigenlijk niet zo leuk is

Ik ben een kei in plannen. Ik heb een agenda, meerdere wekkers, een Wunderlist-app (vet handig!), een kalender, talloze to-do-lijstjes en zelfs een zelfbedacht kleurcodesysteem (zo betekent iets in rode inkt dat het urgent is, iets in zwarte inkt is minder urgent, en iets in blauwe inkt kan ik evengoed over zes jaar doen). Ik plan letterlijk alles in – van het aantal uur dat ik nodig heb om een tentamen voor te bereiden (logisch) tot het stofzuigen van mijn kamer (hm, oké, vooruit) tot de dagen waarop ik mijn haar wil wassen die week (ehhh…)  – en dat werkte altijd prima. Altijd een schone kamer, altijd gedaan huiswerk, altijd frisgewassen beddengoed en altijd geschoren oksels. Heerlijk, toch?

Schijn bedriegt. Hoewel ik mezelf graag de hele dag zachtjes op de schouder klop omdat ik zogenaamd zo geordend door het leven ga, erger ik me er inmiddels vreselijk aan (zoals ik al eerder voorzichtig liet doorschemeren in mijn blog over perfectionisme (link)). In de praktijk loopt een planning bij mij namelijk heel vaak in de soep, en (helaas) niet eens altijd door eigen toedoen. Een voorbeeld: dankzij de vele zegeningen die de NS rijk is sta ik weer eens te vernikkelen op een of ander station in de Randstad terwijl ik volgens mijn ever so holy planning eigenlijk op dat moment een college had moeten voorbereiden. Dit heeft als gevolg dat ik daar niet alleen een beetje in mijn eentje sta te weg te waaien, maar dat ik nu óók nog eens gestrest ben omdat ik de door mijzelf gestelde deadline onmogelijk nog kan halen. Vervolgens kom ik vijftig minuten later dan verwacht een beetje boos thuis (hey, bedankt weer), geef  per ongeluk een snauw aan mijn kat (of soms zelfs mijn moeder) omdat ze in de weg staat, en ga een beetje schuldig met mijn jas nog aan op de bank zitten om aldaar een half seizoen van Friends weg te tikken terwijl ik drie roze koeken in mijn mond prop, want ‘mijn planning is toch al naar de maan.’

Ja, eh, dat werkt natuurlijk niet. Zoals ik al zei – een geordend leventje lijkt lekker, maar schijn bedriegt. Die planning is fijn en handig – maar alleen als je nooit last hebt van files, verkoudheid, off days, bad hair days, een docent die graag tien minuten langer doorgaat, een buurvrouw die nooit zo goed weet wanneer een gesprek ten einde is, mental breakdowns of de simpelweg niet te overkomen drang om de hele avond Disney-films te kijken in je ondergoed. Om nog maar te zwijgen over het willen inplannen van dingen die eigenlijk niet in te plannen zijn (zoals het ontmoeten van je toekomstige echtgenoot, een ruzie waarin je eens lekker met de deuren slaat, of het hebben van een blaasontsteking).

Ik las laatst een artikel van Flow waarin een mevrouw aan het woord kwam die heel lang in Turkije had gewoond.  Ze zei dat ze altijd een beetje moest lachen als haar Nederlandse vriendinnen allemaal een klein agendaatje uit hun tas toverden zodra iemand opperde om ‘binnenkort eens een bakkie te doen.’ Die planmatigheid kende ze helemaal niet, en ze vond het ook maar raar: want wat nu als ik over drie weken eigenlijk net geen zin heb om eruit te gaan en ergens koffie te drinken?

Ze heeft natuurlijk helemaal gelijk, en met dit stukje borduur ik graag verder op wat zij eigenlijk wilde zeggen: doe gewoon een beetje waar je zin in hebt. Het inplannen van iedere minuut van je dag lijkt aanvankelijk misschien fijn en overzichtelijk, maar diezelfde planning kan in de  praktijk nog weleens meer stress opleveren dan noodzakelijk. Omdat je planning niet echt realistisch is, bijvoorbeeld, of omdat je ziek wordt, of omdat het misschien niet zo leuk is om in de stromende regen naar de Efteling te gaan, enkel en alleen ‘omdat ik het nu eenmaal zo bedacht had.’

Nu moet je niet meteen je agenda in de brand steken of de komende vier dagen met chips in bed gaan liggen onder het mom van ‘kijk mij, ik word niet meer geleefd door mijn agenda’ – begrijp me niet verkeerd. Toch is het misschien niet zo erg om eens een nachtje niet acht (of zeven, of zes) uur slaap te pakken als je eens heel graag je boek uit wilt lezen, en misschien is het niet zo erg om drie maanden later dan gepland alsnog je streefgewicht te bereiken omdat je toch wel wat meer trek had in chocoladepudding dan dat je aanvankelijk voor ogen had gehouden. You’re only human.

Deze blog is eerder al gepubliceerd op ambitieux.nl